Lid worden

Alle nieuwsberichten

Samen sterker voor het algemeen belang: wat de nieuwe ANBI-brief betekent voor de filantropie

Gepost op 1 juni 2026
De staatssecretaris van Financiën heeft op 1 juni jl. de lang verwachte Kamerbrief gestuurd met een stand van zaken rond de ANBI-regeling. Voor ons springen er daarbij twee onderwerpen uit: het gesprek over een mogelijk alternatief voor de afgeschafte regeling ‘geven uit de vennootschap’ en meer duidelijkheid over de mogelijkheden voor ANBI’s om samen te werken met organisaties zonder ANBI-status. Juist dat laatste kwam in een recente gezamenlijke enquête onder circa 250 fondsen en goede doelen naar voren als het grootste knelpunt binnen het huidige ANBI-stelsel.

Waardering voor filantropie én aandacht voor geven

Positief is dat het kabinet opnieuw uitspreekt grote waardering te hebben voor organisaties die zich inzetten voor het algemeen belang. Ook bevestigt de staatssecretaris dat het kabinet giften fiscaal aantrekkelijk wil houden en daarom geen verdere stappen zet richting een systeem van geefsubsidies. Daarnaast komt het kabinet voor de zomer met een officiële reactie op het advies van de commissie Rinnooy Kan over een alternatief voor de afgeschafte regeling ‘geven uit de vennootschap’ en hoe dit zich kan verhouden tot de rentmeestervennootschap (steward ownership).

Op 26 mei jl. is door Goede Doelen Nederland, kerken (CIO-K) en FIN een eerste oriënterend gesprek gevoerd bij het ministerie. Dit is een belangrijk dossier voor de filantropische sector.

Toezicht én vertrouwen

Een tweede belangrijk thema is de samenwerking tussen Belastingdienst en filantropische sector. De staatssecretaris benadrukt dat samenwerking tussen toezichthouders kan bijdragen aan beter toezicht én minder regeldruk voor organisaties, zoals in het convenant dat eerder is gesloten tussen de Belastingdienst, Goede Doelen Nederland en het CBF. Ook wil de Belastingdienst de samenwerking met de sector verder versterken. Vanuit de FIN werken wij de komende tijd met het ANBI-team aan een eigen convenant met de Belastingdienst.

Goed toezicht en vertrouwen hoeven elkaar niet uit te sluiten. Juist door structureel overleg, heldere interpretaties en samenwerking kan de regeldruk worden beperkt en ontstaat meer ruimte voor maatschappelijke impact.

Ook (internationaal) geven aan niet-ANBI's is geven aan het algemeen nut

Voor veel FIN-leden is vooral het onderdeel over internationaal werkende ANBI’s van groot belang. In de praktijk bestaat veel onzekerheid over de vraag in hoeverre ANBI’s financiële ondersteuning mogen bieden aan organisaties zonder ANBI-status, bijvoorbeeld lokale partnerorganisaties in het buitenland.

De staatssecretaris bevestigt nu expliciet dat ANBI’s met een eigen algemeen nuttige doelstelling financiële ondersteuning mogen bieden aan instellingen zonder ANBI-status, mits zij aannemelijk kunnen maken dat de middelen worden besteed in lijn met hun doelstelling. Wanneer een ANBI-middelen beschikbaar stelt voor een project of activiteit en toeziet op de besteding daarvan, zal doorgaans aan deze eis zijn voldaan. Ook bij meerjarige projecten.

Dat is een belangrijke verduidelijking, hoewel nog onvoldoende concreet uitgewerkt. Uit de recente gezamenlijke ANBI-enquête onder circa 250 fondsen, goede doelen en maatschappelijke organisaties bleek juist dat steun aan niet-ANBI’s in binnen- en buitenland als grootste knelpunt wordt ervaren. Verdere verduidelijking vanuit de Belastingdienst blijft daarom echt gewenst, zodat samenwerking met maatschappelijke partners niet onnodig wordt belemmerd.

Ruimte voor maatwerk in governance

Daarnaast is positief dat het kabinet voorlopig afziet van een verplicht minimumaantal bestuurders voor ANBI’s. Een dergelijke verplichting zou voor veel kleinere organisaties extra administratieve lasten met zich meebrengen zonder dat daarmee automatisch beter bestuur wordt gerealiseerd.

Nieuwe regels voor voormalige ANBI’s

Tot slot kondigt het kabinet aan dat voormalige ANBI’s vanaf 2029 waarschijnlijk verplicht worden om hun resterende vermogen binnen twee jaar aan een algemeen nuttig doel te besteden of over te dragen aan een andere ANBI. Dit voorstel zal de sector de komende periode nader bestuderen.

Al met al biedt de brief waardevolle aanknopingspunten voor verdere samenwerking tussen overheid en sector. Tegelijkertijd blijft er werk te doen om ervoor te zorgen dat regelgeving aansluit bij de maatschappelijke praktijk van moderne filantropie.