Waardering voor filantropie én aandacht voor geven
Positief is dat het kabinet opnieuw uitspreekt grote waardering te hebben voor organisaties die zich inzetten voor het algemeen belang. Ook bevestigt de staatssecretaris dat het kabinet giften fiscaal aantrekkelijk wil houden en daarom geen verdere stappen zet richting een systeem van geefsubsidies. Daarnaast komt het kabinet voor de zomer met een officiële reactie op het advies van de commissie Rinnooy Kan over een alternatief voor de afgeschafte regeling ‘geven uit de vennootschap’ en hoe dit zich kan verhouden tot de rentmeestervennootschap (steward ownership).
Op 26 mei jl. hebben Goede Doelen Nederland, CIO-K en FIN hierover een eerste oriënterend gesprek gevoerd met het ministerie van Financiën. Dit blijft een belangrijk dossier voor de filantropische sector.
Toezicht én vertrouwen
Een tweede belangrijk thema is de samenwerking tussen Belastingdienst en filantropische sector. De staatssecretaris benadrukt dat samenwerking tussen toezichthouders kan bijdragen aan beter toezicht én minder regeldruk voor organisaties, zoals in het convenant dat eerder is gesloten tussen de Belastingdienst, Goede Doelen Nederland en het CBF. Ook wil de Belastingdienst de samenwerking met de sector verder versterken.
Vanuit FIN werken wij de komende tijd samen met het ANBI-team aan een eigen convenant met de Belastingdienst. Goed toezicht en vertrouwen hoeven elkaar niet uit te sluiten. Juist door structureel overleg, heldere interpretaties en samenwerking kan de regeldruk worden beperkt en ontstaat meer ruimte voor maatschappelijke impact.
Ook (internationaal) geven via partners draagt bij aan het algemeen nut
Voor veel FIN-leden is vooral het onderdeel over internationaal werkende ANBI’s van groot belang. In de praktijk bestaat veel onzekerheid over de vraag in hoeverre ANBI’s financiële ondersteuning kunnen bieden aan organisaties zonder ANBI-status, bijvoorbeeld lokale partnerorganisaties in het buitenland.
De staatssecretaris verduidelijkt dat financiële ondersteuning van organisaties zonder ANBI-status mogelijk kan zijn, mits de ANBI aannemelijk kan maken dat de middelen worden besteed overeenkomstig haar algemeen nuttige doelstelling. Wanneer een ANBI-middelen beschikbaar stelt voor een project of activiteit en toeziet op de besteding daarvan, zal doorgaans aan deze eis kunnen worden voldaan. Ook langdurige samenwerkingen lijken binnen deze kaders mogelijk, mits voldoende toezicht en verantwoording aanwezig zijn.
Dat is een belangrijke verduidelijking. Tegelijkertijd neemt deze niet alle onzekerheid weg. Uit de recente gezamenlijke ANBI-enquête onder circa 250 fondsen, goede doelen en maatschappelijke organisaties bleek juist dat steun aan niet-ANBI’s in binnen- en buitenland als grootste knelpunt wordt ervaren. Verdere verduidelijking vanuit de Belastingdienst blijft daarom gewenst, zodat samenwerking met maatschappelijke partners niet onnodig wordt belemmerd.
Ook fiscalisten signaleren dat op dit punt nog vragen bestaan. Zie bijvoorbeeld de analyse van HVK Stevens: "Kamerbrief: meer duidelijkheid over de ANBI-regeling":
Juist daarom blijft FIN zich inzetten voor heldere kaders voor samenwerking met maatschappelijke partners in binnen- en buitenland.
Ruimte voor maatwerk in governance
Daarnaast is positief dat het kabinet voorlopig afziet van een verplicht minimumaantal bestuurders voor ANBI’s. Een dergelijke verplichting zou voor veel kleinere organisaties extra administratieve lasten met zich meebrengen zonder dat daarmee automatisch beter bestuur wordt gerealiseerd.
Nieuwe regels voor voormalige ANBI’s
Tot slot kondigt het kabinet aan dat voormalige ANBI’s vanaf 2029 waarschijnlijk verplicht worden om hun resterende vermogen binnen twee jaar aan een algemeen nuttig doel te besteden of over te dragen aan een andere ANBI. Dit voorstel zal de sector de komende periode nader bestuderen.
Al met al biedt de brief waardevolle aanknopingspunten voor verdere samenwerking tussen overheid en sector. Tegelijkertijd blijft er werk te doen om ervoor te zorgen dat regelgeving aansluit bij de maatschappelijke praktijk van moderne filantropie.